De tragische dood van Leny Abweiler

Door Wim Slangen


November 1944. Kerkrade likt haar oorlogswonden. Na de val van Aken op 21 oktober mochten de geëvacueerde Kerkradenaren weer terug naar huis en zagen de verwoesting die in de laatste oorlogsdagen was aangericht door bommen, granaten en plundering. Maar het Duitse verzet leek ineen te storten.
Leek, want het einde van de oorlog zou nog een dik half jaar op zich laten wachten. Al die tijd was er elke dag nog dat oorlogsgevaar: vlakbij huis met onopgeruimde landmijnen, in de lucht met sporadische luchtgevechten en om ons heen nog hevige grondgevechten. Bezuiden van ons in december 1944 de Slag om de Ardennen, op maar 30 km afstand in de Hürtgenwald gevechten die in de winter 1944-’45 eindeloos voortduurden. En amper 20 km benoorden van ons – net voorbij Sittard – waren de Duitsers nog heer en meester over een gebied dat pas eind januari bevrijd zou worden.

Dat nog steeds aanwezige oorlogsgevaar werd op 25 november 1944 ineens weer heel erg duidelijk toen in Kerkrade in één tel drie burgerslachtoffers vielen. Alle drie werden ze op die zaterdag rond 20 uur door granaatsplinters van vliegtuigmunitie getroffen. Een van hen was Leny Abweiler, waarover je niets leest in de gangbare Kerkraadse documentatie over WWII.

De drie slachtoffers op die fatale zaterdagavond 25 november 1944 waren Joep Koullen, Christine Schijns en zoals gezegd Leny Abweiler. Leny Abweiler werd door granaatsplinters getroffen voor de deur van haar toenmalige ouderlijk huis aan de Onze Lieve Vrouwestraat 31; vlakbij de hoek met de Kloosterraderstraat. Bijna veilig thuis werd niet alleen Leny, maar ook haar verloofde Wiel Poettgens en een Amerikaanse soldaat die op de hoek op wacht stond, zwaar gewond.

Meteen gedood werden de bakkerszoon Gerardus Jozef (Joep) Koullen (*15-5-1928). Joep stierf om de hoek in de Kloosterraderstraat. En vrijwel op datzelfde moment viel nog een tweede dodelijk slachtoffer die avond. Op de hoek van Richerstraat en Abtenlaan stierf Christine Schijns (*14-3-1920). Ook zij was op slag dood. De granaten die deze personen noodlottig werden, waren afkomstig van vliegtuigen die in een luchtgevecht verwikkeld waren dat zich afspeelde boven de driehoek Kloosterraderstraat – Onze Lieve Vrouwestraat – Richerstraat.

In het bevrijdingsdagboek van Gregor Brokamp zoals dat in ‘Kerkrade Onderweg III‘ is opgenomen, is sprake van “‘bommetjes’, bij de school van de Holz” en dat er ook 2 Amerikanen waren doodgebleven. In de Kerkraadse gemeente-archieven worden Nellie Ploem, G. Ploem en Johanna Paffen genoemd als lichtgewonden.

Een fatale Sint-Catharina-dag
Leny kwam samen met haar verloofde Wiel Poettgens terug van een familiebezoek. Ze waren bij Wiel’s broer Herman en schoonzus Keetje op bezoek geweest, want het was het feest van Sint- Catharina, de dooppatroon van Keetje.

Eerst hulp van de Amerikanen
Leny, Wiel en de gewonde Amerikaanse soldaat werden meteen verzorgd in het lazaret van de Amerikaanse Old Hickory-divisie die gelegerd was in de ‘oude huishoudschool’ aan de Haegenstraat. Maar als burgers werden Wiel en Leny meteen daarna naar het Sint-Jozefhospitaal overgebracht. Na bijna een week moest dokter Kreijen de ouders van Leny naar het ziekenhuis ontbieden. Hij had intussen alles geprobeerd wat hij kon, maar de amputatie van Leny’s rechterbeen was onvermijdelijk. Vader Lei gaf met een zwaar gemoed zijn toestemming. Op 2 december werd haar rechterbeen geamputeerd, en aan de gevolgen van die ingrijpende operatie is zij diezelfde dag toch nog gestorven op 20-jarige leeftijd. Op het punt dat voor haar het leven echt zou gaan beginnen. Want alle seinen stonden op ‘groen’.

Gelukkige toekomst in het verschiet
Francisca Magdalena (Leny) werd op 1 mei 1924 geboren op de Kruisstraat 8 als eerste kind van Leonard en Mathilde Abweiler-Schins. Leny werd de oudste van de 4 meisjes Abweiler die later nog in de Gulperstraat woonde en in november 1944 in het huis van haar oma Abweiler aan de Onze Lieve Vrouwestraat inwoonden. Haar vader Lei zat thuis. Hij was mijnwerker geweest, maar afgekeurd vanwege zijn stoflongen. Moeder Tilla regelde alles thuis en de meisjes Leny, Lies, Annie en Treesje hielpen ieder naar eigen vermogen mee om het gezin draaiende te houden. Vader Lei hielp ook mee zover hij kon; zo ventte nog een tijdje brood uit voor Bakker Wöltgens. Leny groeide op tot een vriendelijk en behulpzaam meisje dat makkelijk leerde. Net voor de oorlog had ze de MULO met goede cijfers afgerond. Daarna moest ze als tiener de oorlog met al zijn beperkingen meemaken. Leny werkte in 1944 in de schoenwinkel van ‘Jansens Werner’ tegenover het oude politiebureau. Maar dat zou gaan veranderen, want vlak vooraf aan de evacuatie had Leny een baan op het Hoofdbureau van de Staatsmijnen in Heerlen gekregen. Ze kon alleen nog niet meteen aan de slag, want de weg naar Heerlen was toen – en nog een hele tijd erna – veel te onveilig.

Tijdens die evacuatie die de familie Abweiler in het najaar van 1944 naar Wittem en Mechelen bracht, had Leny zich ook weer nuttig gemaakt voor haar familie.
Want ze sprak door haar Mulo-opleiding zo goed Engels dat haar dat in Wittem goede contacten met de Amerikaanse soldaten opleverde. Naast de gesprekken die ze met hen kon voeren over hun leven, hun heimwee en ook de angst om Duitsland in te gaan, werden door haar kennis van het Engels ook haar moeders kapotgelopen voeten door de Amerikaanse EHBO-post behandeld en zo erger voorkomen. Intussen was ze ook verloofd met Wiel Poettgens; hij staat in januari 1943 als verloofde genoemd in de poezie-album van mijn schoonmoeder Annie Vilain-Abweiler. Een mooie toekomst lag voor hen beiden open… Tot die fatale 25ste november het noodlot toesloeg.

Begraven op Sinterklaasdag
Begraven werd Leny op Sinterklaasdag, 6 december 1944 vanuit het RK Volkshuis, omdat haar parochiekerk de Lambertuskerk beschadigd was door oorlogsgeweld. Joep Koullen en Leny Abweiler zijn op het kerkhof van Kerkrade-Holz naast elkaar begraven; aan het middenpad aan de rechterzijde, net voorbij de centraal gelegen priestergraven. Schuin achter Leny en Joep werd Christine Schijns begraven, maar haar graf is intussen geruimd.

Na de begrafenis kwam de Amerikaanse arts, die Leny in eerste instantie had geholpen, bij de familie Abweiler op bezoek. Hij was zeer begaan met hun lot, en hij meende dat als Leny bij de Amerikanen in hun lazaret was gebleven, ze wellicht ook in leven zou zijn gebleven. Nog weer later – toen de weg van Kerkrade naar Heerlen veilig te gebruiken was – meldde zich een beambte van de Staatsmjinen aan de deur bij de familie Abweiler. Hij kwam informeren wanneer Leny haar werk op het hoofdbureau in Heerlen kon beginnen. Hij werd naar binnen gevraagd en door moeder Tilla te woord gestaan. De arme man was kapot van het bericht dat hij toen van haar kreeg.

Wiel Poettgens (1923-1986) is overigens pas maanden later, in het voorjaar 1945, uit het ziekenhuis ontslagen. En hij had nog jaren lang last van de splinters in zijn benen, die steeds weer infecties opleverden. Die splinters zijn later alsnog operatief verwijderd.

Het graf van Leny is hergebruikt voor de teraardebestelling van haar zus Annie en haar man Herbert Vilain, mijn schoonouders. Zij en haar zus Treesje Cox-Abweiler hebben dit verhaal menig maal verteld. Ook aan mij.


Dit verhaal is eerder verschenen in Kerkrade Onderweg, deel 22.

Delen:
Deel dit artikel per mail










Verzend
laatste update doorMartin Krewinkel op 5 oktober 2021
10 x gelezen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *