Op deze stralende donderdag 14 oktober 1943 stort een Amerikaanse B17 bommenwerper in twee stukken neer in Eygelshoven respectievelijk Finkenrath (D). Deze B17 is met dik 300 andere B17’s op weg naar het Duitse Schweinfurt om daar de kogellager-fabrieken te bombarderen. Boven Belgisch-Limburg draaien de begeleidende Amerikaanse jachtvliegtuigen af en gaan zij terug naar Engeland. Meteen daarna valt de Duitse Luftwaffe hen aan met al hun beschikbare jachtvliegtuigen.
De in Eygelshoven neergestorte B17 zou zij achterna gezeten door drie Duitse jachtvliegtuigen. Een Duitse achtervolger wordt vanuit de staart van de B17 beschoten door de Amerikaanse staartschutter Dominic Lepore, geraakt en stort daarna neer. Dat is de ME-109G-6 / Witte 12 met ‘Werknummer’ 15389 van ‘Feldwebel’ (sergeant) Helmut F. Brinkmann. Brinkmann zijn Me-109 stort neer in een weiland in ‘de Vink’ (tussen Kerkrade-Chevremont en Eygelshoven) waarbij hij om het leven komt. De klap waarmee zijn vliegtuig zich in de grond boort is zo enorm, dat er van hem niets wordt teruggevonden. Uit het politierapport uit 1943: “….Het vliegtuig stortte neer op een stuk graanbouwgrond aan de Eygelshovenerweg in wat nu de wijk ‘Kerkrade-De Vink’ is, ongeveer 800 meter ten noordwesten van de Sint-Pieterskerk (afgebroken in 1980).
Het resultaat was een trechter met een diameter van 3 meter en een diepte van 1,50 meter. De trechter ligt ongeveer 20 meter van de Eygelshovenerweg. Rondom de trechter zijn vliegtuigonderdelen gevonden van waarschijnlijk een Duitse machine – omdat er op één onderdeel een swastika stond… De piloot werd niet gevonden.”
Helmut F. Brinkmann

Brinkmann behoort tot de 7e ‘Staffel’ (III. Gruppe) van Jagdgeschwader (JG) 1 en vliegt vanuit het Drentse vliegveld Eelde. Hij is geboren te Stade-Camp – nabij Hamburg in Noord-Duitsland – op 13-6-1920 en in1959 dood verklaard door het Amtsgericht te Stade.
Helmut Brinkmann verhuist in 1928 met zijn ouders en broer Klaus naar Klein-Fredenbeck. Daar is zijn naam vermeld op de ‘Gefallenendenkmal’; een gedenkteken voor alle oorlogsslachtoffers van en in Fredenbeck.Brinkmann moet een nieuwe piloot zijn geweest in zijn ‘Staffel’, want in het document dat ik recent kreeg van WASt in Berlijn staat hij nog vermeld als onderdeel van het ‘1. Kompanie Flieger-Ausbildungs-Regiment 61’ in Heiligenbeil (nu Rusland-Kaliningrad). Zijn ‘dogtags’ geven aan dat hij eerst een infanteriesoldaat was van Infanterie Regiment 47.
Op 1 april 1943 wordt de III. groep van JG 1 nieuw opgericht op vliegveld Deelen; benoorden Arnhem. Een deel van het personeel is afkomstig van de vliegscholen en waarschijnlijk was Helmut Brinkmann daar één van. Ze zijn klaar om te vliegen op 10 juni 1943 en vliegen met Messerschmitt Bf 109 G-6. In september verhuizen ze van Deelen naar Eelde, vlakbij Groningen. Van daaruit maakt Brinkmann zijn laatste vlucht. Hij is een van de 37 dode of vermiste piloten van deze groep in 1943; 28 zijn het gevolg van acties van de geallieerde troepen. De III. groep verliest dat jaar 76 vliegtuigen; 53 worden neergeschoten door geallieerde troepen. In 1943 schieten ze 49 geallieerde vliegtuigen neer.
Ooggetuigen van toen
Sjir Handels (*1937)
Als jongen ziet de heer Sjir Handels de luchtgevecht boven het dorp Eygelshoven vanuit de achtertuin van zijn ouderlijk huis in de Koningin Emmastraat (nu Eiswinkel) waar hij samen met zijn vader naar dit gevecht staat te kijken.
‘Ik hoorde de machinegeweren rammelen, zowel van de drie Duitse vliegtuigen als van de B17-bemanning. De Duitse vliegtuigen cirkelden rond de B17 en probeerden deze neer te halen. Maar de B17-bemanning vocht terug omdat we op een gegeven moment zagen dat een Duitse 109 werd geraakt en met een rookspoor over ons heen vloog in de richting van Chevremont. Mijn vader zei: ‘Richtig zoe’. Dat was de 109 van Brinkmann.’
Piet Diederen (1928-2020)
Op Memorial Day in mei 2017 ontmoette ik op Margraten mijn oom Ger van Megen en zijn vriend Piet Diederen. De ouders van Piet hebben in de oorlogsjaren een ODB-supermarkt in Eygelshoven aan de Hoofdstraat (nu Veldhofstraat); naast de schoenenwinkel van Dames Brull.
Op 14 oktober 1943 werkt hij als 15-jarige jongen voor zijn oom slager Zef Diederen en brengt slagerswaren in een bakfiets naar zijn klanten. Op die dag fiets hij vanaf slagerij Diederen naast de kerk van Chevremont de heuvel ‘de Vink’ op en dan bergafwaarts richting de familie Edixhoven in Eygelshoven aan de Rimburgerweg. Edixhoven is dan directeur van de kolenmijn Julia.
Onderweg ziet Piet het luchtgevecht boven hem en bij aankomst op de Rimburgerweg, hoe de Amerikaanse B17 uit elkaar valt. Dat lijkt hem te gevaarlijk en hij stapt snel van zijn fiets en schuilt tegen de muur rond de kolenmijn totdat het weer stil is.
Op de terugweg naar zijn oom in Chevremont probeert hij een kijkje te nemen in het gat waarin het Duitse gevechtsvliegtuig is verdwenen. Dat is vlakbij de boerderij Benders. Maar hij krijgt niet de kans om er goed naar te kijken.
Ger van Megen (1928-2020)
Mijn oom Ger is op 14 oktober 1943 na zijn middagmaal thuis bij Op de Kamp in Eygelshoven op de terugweg naar de Muloschool in Kerkrade.
Halverwege tussen De Vink en Chevremont is hij er getuige van dat Duitse en Amerikaanse jagers op elkaar schieten; ‘Ze vlogen zo laag, ze vlogen tussen de huizen door.’
Hij beseft dat het gevaarlijk is om zo dichtbij te zijn en zoekt dekking. Op een gegeven moment hoort hij rechts van hem een grote knal en als hij omhoog kijkt ziet hij een stofwolk en het staartgedeelte van een vliegtuig uit de grond steken. Ongeveer 1,5 meter van de grijsgroene staart is zichtbaar. ‘En er zat haar op de bovenkant van die staart. Het moet haar van de piloot zijn geweest.’
Oom Ger denkt dat de crashlocatie zo’n 10 meter van de weg lag. Hij probeert dichterbij te komen om beter te kunnen kijken, maar wordt door de politie weggestuurd.
Toon Stams (1930 – 2023)
Toon is leerling aan de Ambachtsschool in Kerkrade en is getuige van het luchtgevecht dat woedt in de heldere hemel boven Kerkrade tijdens zijn middagpauze vanaf het schoolplein – nu het Old Hickory-plein. Hij hoort de machinegeweren ratelen en de kanonnen aan boord van de vliegtuigen knallen. Hij ziet hoe een vliegtuig wordt geraakt en neerstort. De heer Stams maakt daarbij een gebaar en draait zijn uitgestrekte hand met een halve rol naar beneden.
Na school loopt hij naar huis aan de Molenweg in Eygelshoven en passeert de crashlocatie, maar kan deze niet naderen. Ik vraag hem waar dat was. “Weet je waar nu de parkeerplaats van de Lückerheide Kliniek is? Daar zo’n twintig meter naast de weg is het vliegtuig neergestort.’ Hij vertelt me ook dat er aan het begin van de oorlog op die plek een Nederlandse MG-post was ingegraven.
Het verhaal van een scholier die geluk heeft
“Ik ben geboren in 1936 en woonde op ‘De Vink’ in de kolonie zoals ze dat noemden; de wijk achter de kapel. Mijn basisschool lag achter de voormalige Sint-Petruskerk in Chevremont. Op een dag was het mijn beurt om het klasbord af te vegen en andere taken te doen. Iets wat we om de beurt deden. Daarom ging ik eerder naar school dan de andere leerlingen. Opeens ging het alarm af. In plaats van naar huis te gaan, rende ik naar school.
Ik zag dat er iets mis was met een vliegtuig. Het draaide en kwam snel naar beneden. Op dat moment was ik bij een huis naast het Café Rothkrantz (red.: St-Pieterstraat 228). Dat was schuin tegenover waar je nu op de Roderlandbaan rijdt; naast de Luckerheide Kliniek.
Ik had het geluk dat er op het moment dat ik langs het huis liep, er iemand naar buiten kwam. Ze trok me heel snel naar binnen. Het was echt op het juiste moment. Want het vliegtuig stortte direct daarna neer. En dat werd gevolgd door een luide knal en een grote golf luchtdruk. Als iemand die deur op dat moment niet had geopend, had ik dit verhaal misschien niet kunnen vertellen.
Mijn oudste zus, die 13 jaar ouder was, realiseerde zich na het horen van de knal dat ik op dat moment in de buurt moest zijn geweest en rende naar me toe om te kijken. Natuurlijk vreesde ze het ergste. Gelukkig zag de bewoner mijn zus naar buiten lopen en vertelde haar dat het goed met me ging.”
