Rioolwaterzuiveringsinstallatie Kaffeberg

Op 8 april 1960 wordt tussen Nederland en de Bondsrepubliek Duitsland een grensverdrag gesloten, waarin o.m. wederzijdse verplichtingen worden aangegaan met betrekking tot de z.g. grenswateren. Een en ander hioudt in dat partijen binnen een redelijke termijn in het bijzonder alle maatregelen zullen nemen ter voorkoming van een overmatige vervuiling van de grenswateren. Mede uit oogpunt van milieuhygiëne is het noodzakelijk, dat op korte termijn aan een verdere vervuiling van de rivier de Worm een halt wordt toegeroepen. Op grond hiervan zijn de gemeenten, gelegen in het stroomgebied van de Worm, genoodzaakt over te gaan tot de aanleg van een aantal zuivering-technische werken en stamriolen.

Al in 1963 wordt gesproken over de aanleg van een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in het Wormgebied. Dit is belangrijk voor de industrieterreinen Dentgenbach, Spekholzerheide, Strijthagen, Gracht en Abdissenbosch. Deze gebieden worden straks aangesloten op een ruim 15 kilometer lang centraal stamrioolstelsel. Daarnaast zal dit het einde betekenen van de wateroverlast in het Wormdal. Haanrade, Eygelshoven, Ubach over Worms en een deel van Nieuwenhagen staan tot dan bij hevige regenval en dooi regelmatig onder water en modder.

In het voorjaar 1968 is door de deelnemende gemeenten, te weten Ubach over Worms, Kerkrade, Eygelshoven, Nieuwenhagen en Schaesberg, op basis van de wet gemeenschappelijke regelingen, het besluit genomen tot instelling van een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam, genaamd “Zuiveringschap Worm”. De doelstelling van dit Schap is de zorg voor de zuivering van afvalwater in de gebieden van de deelnemende gemeenten, voor zover deze direct of indirect afwateren op de rivier de Worm. Het bestuur wordt gevormd door een der leden van de Colleges van Burgemeester en Wethouders van elk der deelnemende gemeenten, alsmede een lid van het Dagelijks Bestuur van het Industrieschap Oostelijk Mijngebied.

Voor  januari 1970 moeten alle onderdelen van het zuiveringsplan voor het stroomgebied van de Worm in uitvoering of tenminste aanbesteed zijn. Het minimaal 26 miljoen gulden kostende project moet binnen twee jaar klaar zijn. Op 30 oktober 1969 vindt de aanbesteding plaats voor het belangrijkste deel van het plan: de bouw van twee waterzuiveringsinstallaties: een in Kerkrade en een in Rimburg. Aannemersbedrijf Foeckert uit Heerlen krijgt uiteindelijk de opdracht. De technische bouwkosten zijn geschat op ruim 5 miljoen gulden. Uiteindelijk zullen in totaal 21 bedrijven mee werken aan de totstandkoming van de plannen.

Foto: Waterschapsbedrijf Limburg

De zuiveringsinstallatie Kaffeberg wordt de eerste in zijn soort in Zuid-Nederland. In de buurt van de installatie, daar waar dan nog de kapitale hoeve Jaminon staat, komt een 15 ha. groot stuwmeer, uniek in Nederland, met een waterval van zo’n 4 meter hoog, die vanaf kijkterrassen te bewonderen is. De bedoeling is om het stuwmeer, dat alle overtollige water moet opvangen,  een recreatieve functie te geven. Hiermee wordt tevens een begin gemaakt met het recreatieplan “De Groene Long”.

De droge slib wordt vanuit de zuiveringsinstallatie naar een vuilverbrandingsinstallatie in Brunssum gevoerd. In het midden van het stuwmeer wordt een terp opgeworpen, die onder de naam “Vogeleiland” een broedplaats moet gaan worden voor watervogels uit het gebied. De terp, die drie meter boven de waterspiegel uitsteekt, wordt voorzien van passende beplanting en broedkasten voor eenden.

Op 17 maart 1970 geeft Staatssecretaris drs. Louis van Son het startsein voor de technische uitvoering van het Zuiveringschap de Worm. De beraamde kosten lopen inmiddels op tot zo’n 40 miljoen gulden. Economische Zaken, Rijkswaterstaat en de Provincie Limburg staan garant voor 65% van de kosten.

Het programma van die dag:

10.30 uur Aankomst van de genodigden in het restaurant ’t Sjtriksje, Europaplein te Kerkrade.
11.00 uur Vertrek per bus naar de Kaffeberg (bouwplaats van de zuiveringsinstallatie).
11.15 uur Welkomstwoord door de Edelachtbare Heer W.G. Bremen, voorzitter van het Zuiveringschap Worm.
11.20 uur Toespraak door Zijne Excellentie Drs. L.J.M. van Son, Staatssecretaris van het Ministerie van Economische Zaken, gevolgd door symbolische handeling en plaatsing van de eerste buis. Vertrek per bus naar restaurant ’t Sjtriksje te Kerkrade, alwaar gelegenheid is voor een aperitief.
13.00 uur Koud buffet

In mei 1972 komt het stuwmeer in aanleg negatief in het nieuws door enorme stankoverlast. Vooral inwoners van de Dr. Poelsstraat hebben hier last van. De stank wordt veroorzaakt doordat men op de bodem van het meer planten en boomresten laat wegrotten om straks een redelijke kans op schoon water te hebben. Daar bovenop komt nog dat de Anstelerbeek een open riool is, waar onder meer het afval van het slachthuis in terecht komt.

In september 1972 zijn de werkzaamheden zover gevorderd dat men het meer kan laten vollopen met water. De brandweer overweegt om een boot aan te schaffen om in noodgevallen in te kunnen zetten. De brandweer, niet alleen uit Kerkrade, zal het stuwmeer ook vaker gebruiken voor duik- en reddingsoefeningen. Vooral in de eerste jaren na de aanleg wordt het meer tegen wil en dank van het naastgelegen openluchtzwembad Erenstein graag gebruikt om te zwemmen en is er een roeibotenverhuur.

Verder


Zie ook: Cranenweyer

Delen:
Deel dit artikel per mail










Verzend
laatste update doorMartin Krewinkel op 23 september 2021
9 x gelezen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *