Bokkenrijders

Deze, vermeende, bende is actief van 1732 tot 1776. Onderstaande beschrijving is de niet realistische, min of meer geromantiseerde versie van de legende.

Algemeen


Deze vermeende groep overvallers opereert in een aantal tijdspannen in Zuid- en Midden-Limburg en delen van Belgisch Limburg. Er kan op verschillende manieren naar de indeling van de activiteiten gekeken worden.

De eerste bende is actief van 1732 tot en met 1745. In totaal pleegt deze bende 150 overvallen en diefstallen. De tussenbende (1749-1751) mag, omdat een aantal leden ervan ook deel uit maken van de eerste bende, bij de Eerste bende gerekend worden. De tweede bende is actief van 1754 tot en met 1776. In de tijd dat deze twee bendes actief zijn, wordt ook in Kerkrade een aantal overvallen gepleegd.

Indeling door Francois van Gehuchten1)Bokkenrijders, de schande van Limburg II

  • Eerste vervolging 1741 – 1745 waarbij 81 personen vervolgd worden, 44 terecht gesteld, 2 mannen plegen zelfmoord, 7 overlijden in hun cel, 7 anderen ontsnappen uit hun cel en 21 slaan op de vlucht.
  • Tweede vervolging 1751 – 1752 in Schinnen – Geleen
  • Derde vervolging 1770 – 1778 in Oostenrijks Land van Valkenburg / Oostenrijkse Vrijheerlijkheden / Staatse Landen / Staatse Vrijheerlijkheden / Staats Land van Valkenburg / Staats Land van ‘s Hertogenrade – Elders

Ook na 1776, rond de start van de Franse Heerschappij, vinden er nog overvallen plaats door roversbenden tot in 1803. Deze worden echter niet meer tot het Bokkenrijders-fenomeen gerekend.

Leden


Enkele leden van de Bokkenrijders zijn:

  1. Mathias Ponts, leider van de Eerste bende (vilder te Hoensbroek, 26 mei 1711 – 12 november 1743);
  2. Heinrich Joseph Kirckhoffs, leider van de Tweede bende;
  3. Andreas Noolbach;
  4. Gherling Daniëls, leider van de tussenbende;
  5. Küpper

Lijst van vervolgden uit Kerkrade2)Bokkenrijders, de schande van Limburg II, pg 232-254:

Elisabeth Peters, geboren 1725 te Eygelshoven. Geseling op 10 september 1743
Gabriël Brühl, geboren 1691 te Eygelshoven. Galg op 10 september 1743
Peter Douven, geboren 1716 te Chevremont. Galg op 9 oktober 1743
Andries Conssen, geboren 1707 te Alsdorf. Galg op 9 oktober 1743
Willem Kerckhofs (zn v Klaas), geboren Simpelveld. Galg op 9 oktober 1743
Christiaan Kerckhofs, geboren Simpelveld. Galg
Broer Willem, geboren 1695. Galg op 9 oktober 1743
Joannes Vincken, geboren 1715. Galg op 9 oktober 1743
Joannes Moulen, geboren 1710. Galg op 9 oktober 1743
Christiaan Kerckhofs (neef). Galg
Willem-Christiaan, geboren 1698. Galg op 9 oktober 1743
Niklaas Pelsers, geboren 1702 te Kerkrade. Galg op 9 oktober 1743
Niklaas Werrij, geboren 1700 te Kerkrade. Galg op 9 oktober 1743
Leonard Vrancken, geboren 1704 te Kerkrade. Galg op 4 oktober 1743
Joseph Godtloff, ontsnapt
Joannes Augenbrau, ontsnapt
Mathijs van den Hoff, ontsnapt
Joannes Onversaght, ontsnapt
Wilhelm Bock, geboren 1702. Ontsnapt
Mathijs Creuwen, geboren 1714 te Kerkrade. Ontsnapt
Willem Bock, geboren 1703 te Merkstein. Ontsnapt
Christiaan Geilens, geboren 1691 te Sippenaken. Galg Nullanderberg op 16 december 1744
Barbara Barwasser. Onthoofding op Nullanderberg op 16 december 1744
Merten Scheeren, geboren 1705 te Kerkrade. Galg Spekholzerheide op 28 januari 1745
Mathijs Crombach, geboren 1710 te Spekholzerheide. Galg Spekholzerheide op 28 januari 1745
Michel Kerstens, geboren 1706 te Kerkrade. Galg Gracht op 28 januari 1745
Laurens Reumgems. Galg op 28 januari 1745
Joannes Mertens, geboren 1705 te Kerkrade. Galg op 28 januari 1745
Joannes Rehaen, geboren 1714 te Möngen. Galg op 28 januari 1745
Jacob Creuwen, geboren 1721 te Kerkrade. Galg op 28 januari 1745
Anna Rutten, geboren 1708 te Kohlberg. Galg op 28 januari 1745
Geurt Sistemichca, geboren 1712. Dood in cel in 1744
Catharina Douverenca, geboren 1714. Dood in cel in 1744
Joannes Stephensca, geboren 1705. Mogelijk ontsnapt
Casper Hochkirchenca, geboren 1704. Vrijgelaten
Jacob Crombach, geboren. Mogelijk vrijgelaten
Matthijs Offermans, geboren te Kerkrade. Onthoofd met bijl op 12 maart 1744 door schepenbank ‘s Hertogenrade
Joannes Kerstens br v Michel Kerstensca, geboren 1695 te kerkrade. Galg Heesberg op 12 mei 1744
Maria Scheren vr v Jan Kerstens. Galg op 12 mei 1744
Joannes van den Esschent, geboren 4 Heerlen. Overlijdt in cel op 30 juni 1744
Niklaas Rootcrans sr., geboren 1698 te Kerkrade. Overlijdt in cel op 15 maart 1772
Frans Hendrik Vorst, geboren 1714 te Kerkrade. Zelfmoord in cel op 26 juli 1771
Alexander Rossca , geboren 1713 te Heerlen woonachtig in Kohlberg. Galg op 1 juni 1772, arrestatie op 13 februari 1772 te Kerkrade.
Johan Simon Henckens, geboren ca 1722. Galg vóór oktober 1773
Dionijs Rinckens, geboren 1728 te Kerkrade. Galg op 23 april 1776. Zijn bijnaam is Poelens Nijs en hij wordt gearresteerd op 25 juni 1773. De derde tortuur is op 28 februari 1774.
Willem Hendrik Hamers, geboren 1727 te Kerkrade. Galg op 9 december 1774, afgekondigd op 6 december van dat jaar.
Jan Willem Wiertz, geboren 1734 te Kerkrade. Galg op 9 december 1774. Herbergier.
Peter Wevels, geboren Schinnen. Overlijdt in cel. Zijn bijnaam is Zwarte Peter en de broer van Baltus Wevels (1710-1789)
Theodoor Senden. Vrijgelaten, overlijdt in 1807
Antoon Jungschleger, geboren 1734 te Eygelshoven. Galg te Rimburg
Mathijs Werdens, geboren 1726 te Eygelshoven. Galg op 5 oktober 1774
Nicolaas Reemps, geboren 1700 te Kerkrade. Galg op 24 november 1774

Het Ontstaan


Het ontstaan van de Bokkenrijders kan verklaard worden aan de hand van de reeks van oorlogen en plunderingen die het gevolg zijn van de troependoortochten en inkwartiering van de verschillende legers tijdens de diverse oorlogen tussen 1720 en 1800. De aanwezige armoede werkt bendevorming in de hand. Het activiteitenterrein van de Bokkenrijders ligt tussen de Roer en de Maas. Deze regio is in die tijd een lappendeken van rechtsstaatjes. Het is voor overvallers heel eenvoudig overvallen te plegen en uit handen van de overheid te blijven door het verschil in rechtspraak in de diverse streken. Ook wordt een aantal overvallen gepleegd door soldaten (in die tijd: huurlingen) die niet of slecht betaald worden door hun opdrachtgever.

Het ontstaan van de naam is te verklaren uit het sterke bijgeloof dat de bevolking in die dagen heeft. Een verband tussen de activiteiten van de Bokkenrijders en het bestaan van de duivel is door de mensen snel gelegd. De bok komt in het verleden vaker voor als visualisatie van het slechte (lees: de duivel, de heks). Het fenomeen van de vliegende bok komt voort uit het feit dat er vaker in een wijd verspreid gebied gelijktijdig overvallen plaatsvinden. Dat is fysiek alleen mogelijk als je je snel door de lucht verplaatsen kunt. In de officiële processtukken komt de naamgeving Bokkenrijders overigens niet voor. Een reden waarom de groep Bokkenrijders zo groot is, kan gevonden worden op de pijnbank. Daar worden namen van complicen ontfutseld aan de verdachte bokkenrijder. Als de pijn ondraaglijk wordt, is hij snel geneigd namen van andere Bokkenrijders te noemen, terwijl deze zich in de regel van geen kwaad bewust zijn.

Berechting


De meeste Bokkenrijders worden aan de galg opgehangen. Ook worden Bokkenrijders door anderen vermoord uit angst voor verraad. In Kerkrade staan in die periode, drie galgen. Een staat te Chevremont, oostelijk van de huidige Vinkerstraat. Een ander bevindt zich te Spekholzerheide en de laatste staat op de Nullanderberg.

Rechtspraak is in deze tijd moeilijk. In deze regio zijn er de volgende rechtstaten met allen een verschillende rechtspraak: Oostenrijk, Holland, Gulik, Gelre en later Frankrijk en Spanje. De schout treedt meestal op als aanklager. Bij het proces is de griffier, de griffier van de schepenbank, een dubbelfunctie dus. Hoewel de meeste Bokkenrijders niet lezen of schijven kunnen moeten ze wel hun verklaring ondertekenen. Dit wordt de criminele conclusie genoemd. Wanneer dit niet tot tevredenheid van de aanklager gebeurd is, kan de verdachte overgedragen worden aan de beul voor een scherper examen, het martelen.
Menige verdachte Bokkenrijder maakt kennis met de pijnbank. De pijnbank kent rond 1740 vijf graden van pijniging. De schepenbank moet toestemming geven voor iedere graad.

  1. Duimschroef op de rechterhand
  2. Duimschroef op de linkerhand
  3. Scheenschroef (Spaanse knevel) op het rechterbeen
  4. Scheenschroef op het linkerbeen
  5. Optrekken aan de wipgalg. De handen van de verdachte worden daarbij met een koord op de rug vastgebonden. Aan dit koord wordt de verdachte via een katrol omhoog getrokken, terwijl aan de voeten gewichten bevestigd zijn

Doordat verdachten op de pijnbank gedwongen worden namen van medeplichtigen te noemen, worden al snel namen genoemd van mensen die niks met de bende van doen hebben. De Bokkenrijdersbende groeit daardoor in snel tempo tot reusachtige, fictieve, afmetingen.

Op basis van de bekentenissen wordt (als de aanklager dit goedkeurt) een conclusie finael geschreven. Deze is nodig voor het uitspreken en uitvoeren van het vonnis. Alleen bij de berechtiging van Joseph Kerckhoffs is deze bekentenis er niet. Er is een beschikking van een hoger rechtsinstituut in Brussel voor nodig om het vonnis, de doodstraf, uitgevoerd te krijgen.

Een aantal keren gebeurt de uiteindelijke berechtiging tijdens een zogenaamde Extra-Ordinairie, een Buitengewone Genachtedag (bijeenkomst van Schout en Schepenen). Veel van de processen vinden plaats in Burcht Rode in ‘s Hertogenrade. Als gevolg daarvan worden ook Bokkenrijders daar opgehangen. Dit gebeurt op de plek die nu nog steeds Galgenberg heet.

Bokkenrijderbestrijders


Enkele Bokkenrijderbestrijders zijn:

  1. A.W. Limpens, schout
  2. Johan leonard Poyck en griffier van de schepenbank
  3. Peter Caspar Poyck

De Overvallen


In Kerkrade plegen de Bokkenrijders (volgens Woeste Avonturen van de Bokkerijders) de volgende overvallen:

1763, tweede zaterdag na pasen – Overval op Rolduc. Er worden geen waardevolle zaken buit gemaakt;
1754, 9 november – Op de Gracht wordt Michael Hectrain in zijn hoeve overvallen. De inbraak wordt mede gepleegd door Andreas Noolbach.
1742, 4 juli – Op Drievogels wordt Joannes Keulartz en schoondochter Anna Hanssen overvallen. Andere bronnen vermelden 4 juni of de nacht van 3 juli op 4 juli3)Bokkenrijders, De schande van Limburg deel I pg 106 van dat jaar als overvaldatum. De buit bestaat uit kleding en linnengoed. De processen in het berechten van de daders is al een jaar aan de gang wanneer schout Jan Leonard en schepen Peter Caspar Poyck bij de slachtoffers het verhaal laten optekenen. Uit de processtukken blijkt dat 7 personen de overval plegen en 73 (sic) anderen buiten op wacht of op de uitkijk staan;
1741, 16 oktober – Op Pannesheide wordt Matthijs Kockelkorn overvallen in zijn Panhuis. De buit bestaat uit een flinke som geld, linnengoed, kleding, vlasdoek, tingerei en gebedenboeken met zilveren beslag;
1740, november – Overval op Hendrik Aoust te Spekholzerheide. Er wordt linnengoed, kleding en een kleine som geld buitgemaakt. Daarnaast een overval op Paques Goor op Terwinselen. Bij deze inbraak op Hoeve Viereschatz wordt met name boter buitgemaakt;
1736, 8 juni – Overval op een kerk in Eygelshoven. Behalve kleding en zilverwerk wordt ook de inhoud van de offerblokken meegenomen.

Trivia


  • De Kerkraadse Bokkenrijders worden vermeld in het boekwerk Canon van Limburg (ISBN9789085960577) op de pagina 132.
  • Naar dit fenomeen is de Bokkenrijdersweg genoemd.
  • De Eftelingattractie Villa Volta is gebaseerd op het verhaal van de Bokkenrijders.

Verder


Delen:
Deel dit artikel per mail










Verzend
laatste update doorMartin Krewinkel op 17 december 2020
102 x gelezen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *