
Winand Jozef Koken, zoals hij voluit heet, wordt te Kerkrade geboren op 18 oktober 1876, op de Vink om precies te zijn. (Een andere bron vermeldt het jaartal 1875). Na zijn schooltijd gaat hij in dienst bij de Briketfabriek in Herzogenrath en later bij de Oranje Nassau in Heerlen. In 1896 stapt hij over naar de Domaniale mijn, van waaruit hij in 1928 met pensioen gaat.
In 1908 stelt hij zich kandidaat voor de gemeenteraad. Hij zal raadslid blijven tot 1934. In zijn raadsperiode is hij tussen 1923 en 1931 enkele keren wethouder en zelfs loco-burgemeester. In zijn tijd als wethouder ijvert hij onder meer voor de totstandkoming van een ambachtsschool en uitbreiding van de huishoudschool. Op verzoek van Commissaris van de Koningin van Hövel tot Westerflier vervult hij zelfs tot één jaar na zijn ambtsperiode nog de functie van loco-burgemeester. Behalve gemeenteraadslid is Koken ook lid van de Provinciale Staten. Na zijn kandidaatstelling in december 1918 volgt hij in januari 1920 het vertrekkende lid dhr. Widdershoven op.
Vanaf een vooralsnog onbekend jaartal tot 1952 heeft Koken zitting in het College van Regenten van het St. Jozefziekenhuis van Kerkrade. In deze periode werkt hij mee aan de opbouw en de uitbreiding van het ziekenhuis. Daarnaast is hij mede-oprichter van de werkliedenbond K.A.B. (Katholieke Arbeidersbond) en de R.K. Mijnwerkersbond. Ook is hij lid van de R.K. Kiesvereniging K.V.P. en de lokale Bouwvereniging. Vanaf 1928 is hij kerkmeester van de St. Petrusparochie.
Winand Koken wordt op 7 september 1934, bij gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum als gemeenteraadslid, benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Koken overlijdt op 88-jarige leeftijd te Kerkrade-Chevremont op 24 januari 1964.
