Algemeen
In 1970 wordt de Stichting Mijnmuseum opgericht met als voorzitter oud-directeur van de Oranje-Nassau Mijnen C.E.P.M. Raedts. Volgens hem moest het nieuw te openen mijnmuseum dezelfde status krijgen als het Zuiderzeemuseum: een museum van nationaal belang voor een niet meer bestaande industrietak die Nederland veel welvaart had gebracht.
In het kloostercomplex van Rolduc wordt op 17 oktober 1974 het Mijnmuseum geopend. Aanvankelijk zijn er ideeën om het museum te huisvesten in de buurt van de modelsteenkolenmijn in Valkenburg, de leermijn van de Staatsmijn Wilhelmina en de gerestaureerde Schacht Nulland. De opening valt samen met de sluiting van de laatste twee mijnen: de ON1 en de Julia. Aan de hand van een rondleiding en filmvoorstellingen kan men zich hier inzicht verschaffen in een stuk Limburgse geschiedenis. Het Mijnmuseum in Kerkrade verschaft een indruk van de opkomst en de ondergang van de mijnen in Kerkrade. Te bezichtigen zijn kaarten, maquettes, videobeelden, foto’s etc. Werkpunten op ware grootte geven een beeld van het dagelijkse werk in de mijnen. Ter verduidelijking van het geheel zijn op meerdere plaatsen in het museum videopresentaties opgesteld die de bezoekers zelf in werking kunnen stellen. In de filmzaal van het museum worden doorlopend ondergronds opgenomen films vertoond die een duidelijk beeld geven van de oude en moderne steenkolenmijnbouw in Nederland.
In 1994 draait de provincie de geldkraan dicht en per 1 november al wordt het Mijnmuseum gesloten. De bedoeling is dat de collectie van Nederlands eerste mijnmuseum wordt ondergebracht in het nieuw te bouwen Museum voor Industrie en Samenleving, het Industrion. De verzameling van het museum wordt ingepakt en opgeslagen in de gebouwen van de voormalige wasserij Massop aan de Bleijerheiderstraat 13. Een deel van de collectie is vanaf 1998 tentoongesteld in het Industrion, een groot deel belandt echter bij de verhuizing op de container.
Directie
- 1974-1994 Jan (J.A.M.) Finger (1943)
Mijnmusea elders
- Sinds 1917 is in Valkenburg een modelmijn ingericht in een van de mergelgroeven. Hier zijn galerijen en pijlers nagebootst en geven oud-mijnwerkers informatie bij hetgeen men kan bezichtigen. Door middel van geluidsbanden probeert men bij de bezoeker het gevoel te geven in een echte mijn te zijn afgedaald.
- Andere Mijnmusea in de omgeving zijn onder meer in het Duitse Bochum en het Begische Blegny. In het Bergbau Museum in Bochum bevindt zich op zeventien meter diepte een mini-mijn met een gangenstelsel van ongeveer 2,5 kilometer. In Blegny bevindt zich de enige echte steenkolenmijn die toegankelijk is voor het publiek. Gedurende een 2,5 uur durende rondleiding waant men zich op zestig meter diepte een echte mijnwerker.
- Vlak over de grens in Merkstein ligt de Grube Adolf-Park. Hier is onder meer een authentiek ophaalgebouw te bezichtigen.
