Roofmoord op de Crombacherhof

Door: Martin Krewinkel


Wij schrijven het jaar 1926. Aan de Crombacherstraat nummer 28-30 op de Locht ligt de Crombacherhof, direct aan de Crombacherbeek en de grens met Duitsland. De beek is verantwoordelijk voor de naamgeving van de hoeve en de straat. Het is een verbastering van “krom baach”, een naam in het dialect die letterlijk “kromme, slingerende beek” betekent. Niemand weet nog dat deze hoeve binnenkort wereldnieuws zal zijn.

De hoeve en haar bewoners


De Crombacherhoeve rond 1900

De hoeve is een van de zeven die tussen 1104 en 1157 in de regio worden gebouwd door de monniken van Rolduc. Aanvankelijk is ze in vakwerkbouw opgetrokken, in 1709 wordt ze in steen herbouwd. Vanaf 1856 bestaat de hoeve uit twee van elkaar gesplitste landbouwbedrijven. Het rechter deel van de hoeve is in eigendom van landbouwsters Hermine en Maria Beckers. Het andere deel, het stuk met de witte voorgevel, is gekocht door Johan Gerardus Hubertus Borghans. Dwars op het hoofdgebouw staat links van de binnenplaats een schuur, achter de binnenplaats liggen vier varkensstallen en de wagenremise en rechts zien we een grote muur waarmee de twee panden van elkaar gescheiden zijn. De boerderij links wordt bewoond door het echtpaar Borghans met twee van haar zoons. Een is ongehuwd, de ander is gehuwd met Maria Schreurs. Zij hebben drie kinderen van drie, twee en een half jaar oud, die hier ook wonen. Een veertien-jarig dienstmeisje A. Lucassen, melkknecht (in de volksmond ook wel Schweitzer of stalknecht) Arie Wakker en een oom wonen bij de familie Borghans in.

De roofmoord


Maria Borghans-Schreurs

Die 4e juni in 1926 gaat boer Borghans samen met zijn vrouw en hun twee zonen, aangevuld met een derde die te Spekholzerheide woont, op pad om op het veld te werken. Maria blijft thuis, samen met de oom, het dienstmeisje en de knecht. De laatste had de opdracht gekregen om de varkensverblijven schoon te maken. Tegen 15.30 uur vraagt Maria het dienstmeisje om koffie naar het veld te brengen. De oom gaat op dat moment op weg naar de molen op de Locht. De oom en het dienstmeisje komen later ongeveer gelijktijdig terug en zien slagersjongen Krings voor de deur staan. Niemand heeft hem open gemaakt. Wel meent hij binnen geluiden te hebben gehoord en denkt dat er een inbreker moest zijn. Het dienstmeisje loopt hierop achterom en ziet daar Maria op de grond liggen. De anderen hollen ook die kant op en vinden Maria badend in het bloed met een gapende wond op haar achterhoofd en een op haar voorhoofd. Een van de aanwezigen snelt te paard naar de politie. Behalve de politie zijn ook pastoor Verheggen en dokter Retera snel aanwezig op de plaats van het delict. De dokter kan op dat moment alleen nog constateren dat Maria inmiddels overleden is. Meneer pastoor zegent het ontzielde lichaam van de jonge vrouw. Onder aanvoering van commissaris Offermans vindt er een uitgebreid onderzoek plaats in en rondom de hoeve en de omliggende velden, waarbij ook honden werden ingezet, maar dit alles levert helaas geen bruikbare sporen op. Wel vindt men onder een heg de kleren die de stalknecht gedragen heeft bij het schoonmaken van de stallen. Knecht Arie Wakker, die op dat moment pas vijf dagen bij Borghans in dienst is, is in geen velden of wegen meer te bekennen.

Het onderzoek


HJH Borghans

’s Avonds vindt nog een deskundig onderzoek plaats door het parket uit Maastricht, bestaande uit Officier van Justitie Mr. Kneepkens, Dr. Gadiot en scheikundige Dr. Van Wagenigh, waarna de stoffelijke resten van het slachtoffer per politiebrancard worden overgebracht naar het St. Jozefhospitaal in Kerkrade. Daar zullen later de Maastrichtse artsen Hintzen en Schmedding sectie uitvoeren op het lichaam. Hierbij treft men twee hoofdwonden aan. De eerste wond betreft een 6 cm lange kloof dwars over de kruin van de schedel. Een tweede kloof is 9 cm lang. De kortste wond moet zijn toegebracht als de vrouw nog staat, de tweede kloof ontstaat door een tweede klap, toen mevrouw was neergezegen. De tweede slag is vermoedelijk de dodelijke geweest. Het onderzoek op de stoffelijke resten wijst verder uit dat er, zoals in het rechtbankverslag te lezen valt, “geen sprake was van een ziekelijke stoornis”. De doodsoorzaak wordt gesteld op schedelbreuk. Aangezien de schedel volgens de artsen van een meer dan normaal sterke structuur is, moeten de slagen met extreme kracht zijn toegebracht. Het schedeldak zal later als bewijsmateriaal bij de rechtszitting aanwezig zijn.

Er wordt gezegd dat de politie Arie tijdens zijn vlucht nog twee keer heeft aangesproken, omdat hij was opgevallen doordat hij zich zo vreemd gedroeg. Een keer wordt hij nog in de Crombacherstraat aangetroffen en later op de Markt van Spekholzerheide. Op dat moment is echter nog niets bekend van de roofmoord en aangezien Arie verklaart op de Crombacherhof werkzaam te zijn en uit Groningen te komen laat men hem lopen en verdwijnt hij in de richting van de Steenweg. Als even later het nieuws over de roofmoord bekend wordt, snellen agenten naar het station in Heerlen in de hoop hem daar nog aan te treffen en worden uitvalswegen afgezet. In Voerendaal, waar Arie een relatie heeft, vindt men een portretfoto van hem, waarna meteen zijn signalement breed wordt gecommuniceerd.

De opsporing wordt ingezet


In het opsporingsbericht wordt hij omschreven als ongeveer 1,65 groot, tamelijk gezet postuur, dikke, brede lippen en een grote mond, zonder baard of knevel, uitslag in het aangezicht, gezond uiterlijk. Bij zijn vlucht zou hij zijn zondagse kleren dragen: een blauw pak, lichte fantasiekousen met bruine schoenen en een lichte slappe hoed met overhangende rand. In de verslagen van de latere rechtszaken wordt Arie omschreven als “een ruw, onverschillig type met een dom lummelachtig uiterlijk”.

De politie gaat er van uit dat hij niet ver zal komen, aangezien hij niet veel geld bij zich heeft. Na de roofmoord rijdt hij, zo blijkt later uit zijn verklaring, met de trein naar Sittard en van daaruit gaat hij te voet verder naar Nijmegen, steekt de Waal over en gaat dan verder tot Valburg (Overbetuwe, Gelderland). Op zondag 6 juni rond 23.00 uur meldt de hevig vervuilde Arie zich daar bij gemeenteveldwachter Hendrik Lassche, die op dat moment van een vrije dag geniet, en vraagt om onderdak. De veldwachter vertrouwt het allemaal niet zo en als hij de naam hoort neemt hij meteen contact op met burgemeester Everard Juste, baron Lewe van Aduard en vraagt hij om het signalement. De burgemeester haast zich op zijn beurt vervolgens naar hen toe en Arie, die inmiddels zijn verhaal gedaan heeft, wordt in de boeien geslagen. Voor verhoor wordt hij daarna meteen onder begeleiding van de burgemeester en twee agenten per auto overgebracht naar Kerkrade waar hij zijn daad nogmaals bekent. Als de bevolking van de regio te horen krijgt dat de verdachte in Kerkrade is verzamelt zich meteen een woedende menigte voor het politiebureau. Het lukt de politie echter de groep te verspreiden voordat de zaak uit de hand loopt.

De verdachte in beeld


Bron: Indische Courant 7 oktober 1926

Arie Wakker wordt op 14 september 1902 geboren te Opijnen in Gelderland. Hij groeit op in  Rijksopvoedingsgesticht Veldzicht in het Overijsselse Avereest en heeft, zoals tijdens de rechtszittingen wordt gezegd, de moederliefde altijd moeten ontberen. Hij heeft al snel een veroordeling wegens diefstal en een voorwaardelijke celstraf van vier maanden wegens verduistering bij een van zijn werkgevers op zijn naam staan. Later vertelt hij in de rechtbank dat hij vanaf zijn 18e totdat hij in militaire dienst gaat op eigen verzoek ter beschikking van de regering is gesteld. Vlak voordat hij bij Borghans gaat werken woont hij in Voerendaal, waar hij bij melkboer Oberjé het vak van melkventer uitoefent.  Hij woont al geruime tijd in Limburg en heeft eerder meerdere baantjes voordat hij via bemiddeling van de Arbeidsbeurs bij Borghans terecht komt. Bij Oberjé is hij enkele dagen eerder plotseling spoorloos verdwenen met medeneming van de melkcenten.

Maar wat is er op de hoeve gebeurd? Nadat iedereen vertrokken is en Arie met Maria alleen op de hoeve zijn achtergebleven lokt hij haar naar de varkenstallen met het verzoek of zij hem kan meehelpen de varkens van het ene hok in het andere te drijven. Terwijl Arie haar voor laat gaan grijpt hij een 2,5 kg zware Engelse schroefsleutel en slaat haar met twee ferme slagen het hoofd in. De sleutel ziet hij eerder in de koestal liggen en hij legt hem vervolgens klaar op een muurtje in een van de varkensstallen. Na onderzoek blijkt dat hij bij de roof zo’n Fl.16,- buit gemaakt moet hebben: Fl.14,- uit de linnenkast waar Maria het huishoudgeld bewaart en nog wat kleingeld uit de spaarpot van de dienstmeid. Het voornemen is om hiermee naar de kermis in Spekholzerheide gaan. Eerder ziet Arie nog dat Hub een bedrag van Fl.300 in de kast legt, maar als hij de la in de woonkamer openbreekt blijkt dat geld ondertussen elders opgeborgen.

De rechtszaak


Wakker moet zich op 21 september 1926 voor de rechtbank te Maastricht verantwoorden voor zijn daad. De uitspraak volgt op 5 oktober. In eerste instantie hoort Wakker een levenslange gevangenisstraf tegen zich eisen. De aanklager had het veel liever gehad de doodstraf te eisen, maar hierin wordt helaas niet voorzien in de Nederlandse wet. Levenslang is dan ook het enige alternatief dat een beetje in de buurt komt. De uitspraak wordt door het in groten getale aanwezige publiek met een staande ovatie beloond. De verdachte blijft tijdens de uitspraak totaal onbewogen. Uiteindelijk krijgt Wakker geen levenslange gevangenisstraf, maar wordt hij veroordeelt tot 15 jaar. De droeve jeugd van verdachte en zijn verleden heeft de rechtbank als verzachtende omstandigheid meegenomen.

De ambtenaar van het Openbaar Ministerie tekent bij de rechtbank Maastricht appèl aan tegen het vonnis. Wakker staat vervolgens op 7 december in ‘s Hertogenbosch in hoger beroep. De publieke tribune puilt ook nu weer uit van de belangstellenden. Het merkbaar geagiteerde publiek dat op rumoerige wijze haar mening uit wordt meerdere malen tot kalmte gemaand. De verdachte toont geen enkel teken van opwinding of berouw en geeft koel en onbewogen antwoord op de aan hem gestelde vragen. De van oorsprong Groningse zenuwarts dokter Johannes Casparie is op dat moment echter nog niet klaar met zijn psychiatrisch onderzoek. De verdere behandeling van de zaak wordt dan ook uitgesteld tot 10 januari. De verwachting is dat dan het psychiatrisch onderzoek afgerond zal zijn.

De veroordeling


Dokter Casparie verklaart uiteindelijk dat Wakker slachtoffer is van een bioscoopbezoek en bioscoopvertoningen. Verdachte heeft verklaard dat hij ervan uit was gegaan dat Maria later wel weer zou opstaan. Casparie geeft aan dat verdachte “minder toerekenvatbaar is dan een ander gewoon misdadiger”. De verstandelijke vermogens van de verdachte zijn gebrekkig ontwikkeld. “Hij heeft weinig doorzicht en overleg en valt te rekenen onder de psychopaten. Hij is gevaarlijk en behoort onder toezicht te worden gesteld.” Uiteindelijk zal Wakker veroordeeld worden tot 12 jaren celstraf. Blijkens mededeling in het Algemeen Politieblad betuigt de Minister van Justitie zijn bijzondere tevredenheid aan gemeente- en onbezoldigd Rijksveldwachter Lassche uit Valburg wegens zijn doortastende optreden bij de aanhouding van de verdachte.

Wakker wordt na zijn veroordeling op 17 maart 1927 overgebracht naar en opgesloten in de Bijzondere Strafgevangenis het Blokhuis aan het Blokhuisplein in Leeuwarden. Hier blijft hij tot 5 mei 1937, waarna hij naar Lunteren vertrekt. Het is onduidelijk of hij vervroegd is vrijgekomen of dat hij overgebracht is naar een andere gevangenis. Na Lunteren verdwijnt Wakker uit beeld totdat zijn naam op 9 juni 1947 opduikt in het Nieuwsblad van het Noorden. Te lezen valt dat een dag later het Groninger Tribunaal van start gaat. Die 10e juni staat ook ene Arie Wakker terecht voor fout gedrag in de oorlog. Of het dezelfde persoon betreft is niet helemaal duidelijk, maar wel aannemelijk. Arie overlijdt op 22 december 1980 op 78-jarige leeftijd in het Groningse Treslinghuis, een “verzorgingstehuis voor de asocialen”. De uitvaart vindt plaats op 27 december om 08:30 in de aula van het crematorium “Groningen”.

De uitvaart van Maria Borghans vindt plaats op 9 juni 1926. Een grote schare mensen heeft zich bij de hoeve verzameld. Omstreeks 09.30 uur vertrekt de stoet, de politie van Kerkrade gaat voorop. In de stoet lopen ook de Commissaris van Politie en de Burgemeester mee. De dienst wordt voorgegaan door pastoor Verheggen, hierbij geassisteerd door pater-rector Stanislaus van Kaalheide, kapelaan Franck en kapelaan Schreurs.

De familie Borghans


Het echtpaar Borghans-Joosten

De eigenaar van de Crombacherhof ten tijde van de roofmoord is Johan Gerardus Hubertus Borghans, landbouwer en herbergier. Hij wordt als zoon van Jan Wendelinus Hubert Borghans en Maria Catharina Josepha Boermans te Nieuwenhagen geboren op 29 januari 1854. Hij komt op 3 april 1942 op de Locht te Kerkrade te overlijden. In 1883 treedt hij in het huwelijk met Johanna Maria Jozefa Joosten (Vrank, Heerlen 26-7-1854 – Crombacherhof Kerkrade 18-2-1936). Uit dit huwelijk komen 8 kinderen. Een van die kinderen is Hendrik Jozef Hubert.

Hendrik Jozef Hubert Borghans ( Heerlen, Schandelen 30 december 1887 – Kerkrade, de Locht 27 maart 1974 ) trouwt op 10 mei 1922 te Heer en Keer met Josephina Maria Hubertina Schreurs (Heerlen 31 oktober 1900 – Crombacherhof 4 juni 1926 ). Hendrik hertrouwt na het overlijden van Maria op 25 november 1931 te Mheer met Josephina Johanna Maria Ruwet ( 28 feb 1894 – 1982 ). Hij sterft op 86-jarige leeftijd en wordt begraven op de Gracht.

Hub en Maria krijgen drie kinderen:

Maria Johanna Hubertina, geboren in 1923
J.M.H. (Finie), geboren op 5 oktober 1925
Pierre Hendrik Hubert Jozef (Peter)

Samen met Josephina krijgt Hub nog een dochter: Johanna Maria Henriette (Jeanny).

Het echtpaar Borghans-Joosten

Het echtpaar Borghans-Schreurs

Pierre, Maria, Jeanny en Finie Borghans
Het graf van Maria Borghans

Foto’s met dank aan dhr. Jos Borghans, kleinzoon van Hub en Maria
Genealogische informatie met dank aan Elly Bonné-Franssen

Ter nagedachtenis aan Maria Schreurs. God hebbe haar ziel.

Dit artikel is ook verschenen in het tijdschrift MijnStreek 2021-3.

Verder


Ziek ook: www.gevangeninglas.nl/home/glasplaten-1201-1500/gn1284-arie-wakker/

Delen:
Deel dit artikel per mail










Verzend
laatste update doorMartin Krewinkel op 2 oktober 2021
12 x gelezen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *