Peter Joseph Dorr

Priester en leraar


Hij wordt geboren op 8 maart 1867 te Chevremont en hij overlijdt op 3 januari 1961 in Maastricht. Voor zover bekend is hij de enige, maar zeker de eerste Kerkradenaar die afgebeeld wordt op een postzegel.

De informatie op deze pagina is voor een groot deel geleverd door Albert Haan, voorzitter van de Eerste Kerkraadse Philatelisten Vereniging. Dit, op basis van een levensbeschrijving van broeder Ignatio en broeder Theobertus van het Instituut voor Doven in St. Michelsgestel.

Familie


Broeder, Peter Joseph Dorr, komt uit een eenvoudig arbeidersgezin. Peter is een zoon uit het tweede huwelijk van werkman Jan Pieter Dorr met werkmeid Maria Catharina Wetzelaer (getrouwd in Kerkrade d.d. 14 oktober 1863). Pieter Dorr is weduwnaar uit het eerste huwelijk van Maria Barwasser, die op 10 april 1863 overlijdt. Grootouders van vaderszijde zijn Willem Dorr en Anna Maria Niessen. Grootouders van moederszijde zijn Servaes Joseph Wetzelaer en Johanna Josepha Vincken.

Kloosterleven


Op jonge leeftijd wordt hij portier van het Bisschoppelijk College (later Seminarie) te Rolduc. Kort daarna wordt hij op 24 jarige leeftijd geprofest onder de naam Cesarius op 8 september 1891 te Maastricht.

Broeder Cesar (zoals hij dagelijks genoemd wordt) vertrekt op 15 september 1898 vanuit Kerkrade naar St. Michelsgestel. Hij wordt geplaatst in het oude Instituut voor Doven dat dan gevestigd is in Nieuw Herlaer. In 1910 wordt dat instituut omgevormd naar haar huidige situatie. De komst en het verblijf van broeder Cesarius is van verstrekkende betekenis, niet alleen op het huishoudelijk gebied en wat de leefwijze op het internaat betreft, maar voornamelijk op onderwijs gebied. Zijn werkzaamheden op het instituut bestaan uit het opleiden van dove jeugd.

Op 92-jarige leeftijd vertrekt hij in 1959 terug naar het Moederhuis te Maastricht om aldaar van een korte maar welverdiende rust te genieten. Hij overlijdt aldaar op 3 januari 1961 op de gezegende leeftijd van bijna 94 jaar.

Onderwijs


Broeder Cesarius verblijft op het instituut van 1898 tot 20 januari 1959, 61 jaar lang. Hij is in die periode onafgebroken in dienst voor het geven van onderwijs aan zeer slecht horende kinderen die elders geen onderwijs krijgen. Tot 1935 is hij gewoon onderwijzer; daarna, na zijn pensionering, als onderwijzer voor bijzondere situaties. In 1948 wanneer broeder Cesarius 50 jaar op het instituut is, schrijft men over hem:

“Hij bleef zich toeleggen nu vooral op het onderwijzen van oudere doofstommen. Het feit doet zich namelijk voor, dat doofstommen, die vroeger wegens klaarblijkelijke imbeciliteit weggezonden worden, op latere leeftijd (20, 25 soms zelfs op 30 jarige leeftijd) wel voor onderwijs vatbaar blijken, een enkele uitzondering daargelaten. Broeder Cesarius weet deze mensen met onuitputtelijk geduld en energie te brengen tot een ontwikkeling, die ongeveer vergelijking staat tot een doofstom kind van 10 of 11 jaar, dat normaal onderwijs heeft genoten. Broeder Cesarius bereikt dit mooie resultaat door onze oude, wel eens al te zeer verguisde gebarentaal van stal te halen”.

Met zijn grote intelligentie en leiding is hij met zijn medewerkers de promotor van de overschakeling van de gebarenmethode naar de spreekmethode. Dit gebeurt allemaal proefondervindelijk doen, daar er op dit gebied nauwelijks een leerboek bekend is. Dit is de grote betekenis geweest van broeder Cesarius met alle andere medewerkers, waaronder ook Mgr. Hermus vemeld wordt.

Postzegel


Op de zegel (NVPH 240) staan afgebeeld een leerling en een broeder van het Instituut voor Doven te St. Michelsgestel.

Op 10 december 1931 wordt Cesarius, afgebeeld op een kinderpostzegel (NVPH 240), de toeslag komt ten goede aan het misdeelde kind. De leerling op de zegel is Hendrikus Martinus van de Kerkhof, geboren te Tilburg op 1 maart 1917. Op 13 september 1922 komt hij als 5-jarige naar het instituut en verblijft aldaar tot 23 juli 1934. Hij vertrekt als 17-jarige weer naar Tilburg alwaar hij op 2 juli 1976 overlijdt, 59 jaar oud. Cesar en Hendrik poseren voor de foto’s voor de hoofdingang van het gebouw. Zij zijn dan 64 en 14 jaar oud.

In het jaarverslag 1931 van het instituut, staat bij ontvangen giften: “Aandeel opbrengst Weldadigheidspostzegels: fl 2845,92”. Ter vergelijking, van alle giften en legaten die er dat jaar binnenkomen bij het instituut, is dit de op één na hoogste. De grootste gift is 3000 gulden).

Van de frankeerzegel NVPH 240 en rolzegel NVPH 90 van 1½ cent, toeslag ook 1½ cent (niet op de zegel vermeld), worden 1.722.174 stuks in omloop gebracht.

Naar aanleiding van de uitgave van deze postzegel Eerste Kerkraadse Philatelisten Vereniging de straatnamencommissie gevraagd om een straat te benoemen naar deze Broeder. In eerste instantie wordt toegezegd een straat in zijn geboortewijk Chevremont te benoemen. Later besluit de straatnaamcommissie een straat in de buurt van de Schoolstraat te benoemen, in verband met zijn beroep, leraar.

Delen:
Deel dit artikel per mail










Verzend
laatste update doorMartin Krewinkel op 5 november 2020
54 x gelezen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *