Onderstaand vindt u een stuk dat verhaalt over de Sinti-familie Steinbach, die meer dan 100 jaar in Kerkrade te vinden is.
Het stuk is geschreven door Pascal de Kler
Meer dan 100 jaar Sinti-familie Steinbach in Kerkrade
Begin van de geschiedenis
Lang voordat Kerkrade werd zoals we de stad vandaag kennen, trokken woonwagens over de wegen van Limburg. Smalle paden langs velden, bossen en dorpen vormden de routes van families die al generaties lang onderweg waren. Tussen die families bevond zich ook de Sintifamilie Steinbach. Hun geschiedenis gaat ver terug. Al vroeg in de twintigste eeuw stonden woonwagens van de familie in en rond Zuid Limburg. Het leven was eenvoudig maar hecht. Familie stond altijd centraal. Grootouders, ouders, broers, zussen, ooms en tantes leefden dicht bij elkaar, verbonden door tradities, verhalen en een cultuur die van generatie op generatie werd doorgegeven.
Voor de oorlog
In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog leefden veel Sintifamilies in Nederland nog grotendeels in woonwagens. Ze reisden door het land, werkten als handelaren, muzikanten, ambachtslieden of in andere beroepen waarmee ze hun gezin konden onderhouden. Families bleven dicht bij elkaar en hielpen elkaar waar dat nodig was. Ook de familie Steinbach maakte deel uit van dat leven. Generaties groeiden op in woonwagens, leerden van hun ouders en grootouders en droegen hun tradities verder. Voor hen was de woonwagen niet alleen een woning, maar een manier van leven waarin familiebanden, respect voor ouderen en zorg voor elkaar centraal stonden. In oude archieven van Kerkrade verschijnt de naam Steinbach al in de jaren dertig.
In een rapport uit 1937 wordt Willem Steinbach genoemd. Hij verbleef met zijn woonwagen in Kerkrade. Voor de overheid was het een naam op papier, maar voor de familie was het een stukje van hun leven. Willem Steinbach zou later de opa van Marouska Steinbach1)Marouska is de echtgenote van Pascal worden. In die tijd kon niemand vermoeden hoe zwaar de jaren die zouden volgen zouden zijn.
De oorlog
Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak veranderde het leven voor Sintifamilies in heel Europa. Ook in Nederland. Wat eerst wantrouwen en regels waren, veranderde in vervolging. Families werden opgepakt, uit hun woonwagens gehaald en naar kampen gebracht. Onder hen was ook een meisje uit de familie Steinbach. Haar naam was Settela Steinbach. Settela was familie van dezelfde Steinbachlijn. Haar vader was de broer van Willem Steinbach. Ze was nog maar een kind. Slechts negen jaar oud. In mei 1944 werd zij samen met haar familie opgepakt tijdens de razzia op Sinti en Roma in Nederland. Ze werden naar Kamp Westerbork gebracht. Daar werd een korte film gemaakt van een deportatietrein. In een wagon keek een klein meisje naar buiten, met een hoofddoek om haar hoofd. Dat meisje was Settela. Niet lang daarna werd ze gedeporteerd naar Auschwitz Birkenau. Daar werd ze in 1944 vermoord.
Jarenlang wist niemand wie het meisje uit de film was. Pas tientallen jaren later werd ontdekt dat het Settela Steinbach was. Sindsdien werd haar gezicht een symbool voor het lot van duizenden Sinti en Roma die tijdens de oorlog werden vervolgd en vermoord. Voor de wereld werd het een historisch beeld. Voor de familie Steinbach bleef het een herinnering aan een verloren kind.
Barak 13 in Auschwitz
Maar geschiedenis stopt niet bij tragedie. Na de oorlog gingen families verder. Nieuwe generaties werden geboren. Kinderen groeiden op, ouders werden grootouders en de verhalen van vroeger werden verteld rond de tafel. Ook in Kerkrade groeide de familie verder. De naam Steinbach bleef bestaan. Niet alleen als herinnering aan het verleden, maar als levende familie. Meer dan een eeuw na de eerste woonwagens die door Limburg trokken, leven er nog steeds generaties die hun cultuur en familiegeschiedenis met zich meedragen. Maar de geschiedenis van de familie Steinbach draagt ook de herinnering aan de Sinti en Roma die tijdens de oorlog werden vervolgd en vermoord.
In Auschwitz Birkenau bevond zich een apart gedeelte waar Sinti en Roma gevangen werden gehouden. Daar stonden barakken waarin complete families opgesloten zaten. Een van die barakken was barak 13. Daar leefden families dicht op elkaar, onder zware omstandigheden, met honger, ziekte en angst. Toch probeerden mensen elkaar te beschermen. Ouders probeerden hun kinderen moed te geven. Grootouders vertelden verhalen om de herinnering aan hun cultuur levend te houden, zelfs op een plek waar alles erop gericht was om hun bestaan uit te wissen. Veel van de mensen die daar gevangen zaten waren verbonden met dezelfde grote Sinti families, waaronder ook de familie Steinbach. In de nacht van 2 op 3 augustus 1944 werd het hele Sinti en Roma kamp in Auschwitz vernietigd. Ongeveer 3000 mannen, vrouwen en kinderen werden in een nacht vermoord. Voor de Sinti gemeenschap is dat een datum die nooit vergeten zal worden.
Na de oorlog
Toch eindigt het verhaal van de familie Steinbach daar niet. Na de oorlog kwamen de overlevenden terug naar Nederland. Zij moesten hun leven opnieuw opbouwen, vaak zonder familieleden die nooit meer terugkeerden. Ondanks het verdriet en de verliezen bleven families bestaan. Nieuwe generaties werden geboren. Kinderen groeiden op met verhalen over hun grootouders, over hun cultuur en over de geschiedenis die hen gevormd had. De woonwagen bleef voor veel families een belangrijk onderdeel van hun identiteit, een manier van leven die verbonden was met familiebanden en tradities. Ook in Kerkrade leefde de familie Steinbach verder.
Vandaag 2026
Vandaag, meer dan een eeuw nadat de eerste woonwagens van de familie Steinbach door Limburg trokken, leeft hun geschiedenis nog steeds voort. Niet alleen in oude archieven of documenten, maar in de mensen zelf. In kinderen en kleinkinderen. In familiebanden die generaties overstijgen. In verhalen die worden doorgegeven zodat de geschiedenis nooit vergeten wordt. De naam Steinbach staat in archieven, in verhalen en in herinneringen. Maar bovenal leeft die naam voort in de mensen zelf. In hun familie. In hun geschiedenis. En in de generaties die na hen komen.
Maar tot op heden worden wij nog steeds niet geaccepteerd zoals het hoort. Meer dan 100 jaar leven Sintifamilies zoals de familie Steinbach in Kerkrade. Generaties zijn hier opgegroeid. Onze cultuur, onze familiebanden en onze manier van leven horen bij deze stad. Toch moeten woonwagenbewoners zich nog steeds vaak verdedigen voor wie ze zijn. Vooroordelen bestaan nog altijd. Standplaatsen verdwijnen of worden niet gebouwd naar behoefte. En respect voor onze cultuur is nog steeds niet vanzelfsprekend.
Dat is de werkelijkheid waar veel woonwagenbewoners en Sintifamilies vandaag de dag nog mee te maken hebben. Daarom blijven wij ons verhaal vertellen. Zodat mensen begrijpen dat wij hier niet tijdelijk zijn. Wij horen hier. Al generaties lang. Voor anderen opkomen en eerlijk blijven. Daarnaast is een deel van deze geschiedenis ook vastgelegd in het boek “Het geheim van de Heksenberg”. Dit boek is mede geschreven door Marouska Steinbach en vertelt over de achtergrond, verhalen en geschiedenis van de familie en de omgeving waarin zij zijn opgegroeid. Het boek draagt bij aan het levend houden van deze geschiedenis, zodat ook toekomstige generaties blijven weten waar zij vandaan komen.
Voetnoten
