Spoken op Kaalheide

s’ Avonds laat zweeft witte gedaante over het kerkhof!

Het praatje ging als een lopend vuurtje van huis tot huis. En in een paar dagen tijd stond het anders zo rustige Kaalheide op stelten! Het werd afgelopen zondag en ook op Maria-Hemelvaartsdag het gesprek van de dag in de cafés, waar het over de schuimende bierglazen en in de blauwe tabakswolken nog fantastischer werd opgedist.

De broodbezorger keerde veel later dan gewoonlijk bij zijn baas terug, want bijna aan elke deur vond hij een huisvrouw of dienstmeisje, dat met verwonderd-kijkende ogen het grote

nieuws van zijn lippen las. Het spookt op het kerkhof van Kaalheide! Het was geen praatje, maar levende werkelijkheid. Een echt spook kwam tussen negen en tien uur ’s avonds van uit het duister opduiken en dwaalde rusteloos tussen kruisen en bleke grafzerken. Nu weten we wel, dat dergelijke spookverhalen meestal uit de fantasie voortkomen. In Kaalheide schijnt het echter anders te zijn. Daar heeft, naar men zegt, een werkelijk spook zijn tenten opgeslagen.

Serieuze mensen, die de kinderjaren reeds lang achter zich hebben en in het dagelijkse leven als volkomen normale burgers worden beschouwd, kwamen met het nieuws aandragen. Met eigen ogen hadden ze de witte gedaante achter de groene heg van het kerkhof zien bewegen. Het spook droeg tot aan het middel een wit gewaad. Zondagavond kwamen de eerste nieuwsgierigen, die van nature niet erg bang zijn aangelegd, tegen negen uur de weg langs het kerkhof opgewandeld. Ze oordeelden dat het echter veiliger was zich tot een gesloten groep te formeren. Maandagavond hadden zich al honderden in de buurt van het kerkhof opgesteld, in de hoop iets van het spook te ontdekken. Er werd gefluisterd om liet spook niet af te schrikken. Zo nu en dan meende iemand iets ontdekt te hebben. Bij voorbaat werd er al door het vrouwelijk geslacht gegild, maar het bleek slechts verbeelding geweest te zijn.

Er kwamen zelfs twee mannen, die ieder een stevige hond aan de lijn hadden en ook nog een gummiknuppel bij zich droegen. Een van de vrouwen, die in hun gezelschap was, bleef plotseling staan en riep: „Daar, daar het spook!” De mannen stelden zich krijgshaftig in de houding, doch ze zagen niets dan de grijze vlekken van grafkruisen in het duister. Voor ze hun tocht naar het kerkhof vervolgde vonden ze het echter beter eerst hun geschrokken vrouwen weg te brengen.

Ook Dinsdagavond was de belangstelling zeer groot. Men kwam zelfs met een auto de zandweg bij het kerkhof opgereden. Opgeschoten jongens wilden tonen, dat ze voor geen kleintje vervaag waren en trokken luid pratend en lachend naar de plaats des onheils. Door plotseling te gillen werd de Kaalheidse schonen de stuipen op het lijf gejaagd. Tot middernacht stonden er mensen, onafgebroken naar de kleine omheinde rustplaats-der-doden bleven turen. En toen de nacht zich vredig over Kaalheide had uitgespreid en hier en daar reeds over spoken werd gedroomd, hielden twee politieagenten in de buurt van het kerkhof de wacht. Want herhaalde malen werd de politie door beangstigde mensen erop attent gemaakt, dat het bij het kerkhof onveilig was. De mannen van Hermandad waren dan ook vastbesloten met elke schim van een rustverstoorder voorgoed af te rekenen.

Doch bij de eerste ochtendschemer gingen zij slaperig naar huis verbolgen op het dwaze gerucht, dat hun een nutteloze nachtwacht had bezorgd.

Op klaarlichte dag hebben wij woensdagmorgen nog eens rondom het kerkhof gelopen. Het enige, dat ons een verdacht voorkwam, was een zwart schaap, dat ons maar steeds stond na te kijken. We hebben nog een ogenblik gepraat praat met de heer van Meel, een populair figuur in Kaalheide, die dichtbij het kerkhof woont. Hij verzekerde ons, dat de hele spookgeschiedenis afkomstig was van enkele kinderen van tien tot twaalf jaar, die er mee waren komen aandragen. Ze vertellen zelfs mijnheer, dat ik het spook een flinke slag op de wang geven heb! Ik laat hun in die waan. Ik heb er lol aan. Ik jaag de lui nog steeds meer angst op het lijf!”. En wanneer de politieagenten niet in de buurt waren geweest weten we zeker, dat de heer van Meel op zijn oude dag nog een bedlaken had omgeslagen en de omgeving inderdaad onheilig had gemaakt.

Verhaal met dank aan Wiel Kelleter. Het speelt zich af begin augustus 1950.

Deel dit artikel:
Bijgewerkt; 3 november 2025
134 x gelezen

Aanvullende informatie of wijzigingen zijn altijd welkom en kunnen worden ingevuld in het onderstaande veld.

Let wel, wij kunnen u niet doorverwijzen of contactgegevens verstrekken over de persoon of personen waar het artikel over gaat.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *