Ondergronds stuwmeer

Aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw wordt een begin gemaakt met het sluiten van de steenkolenmijnen. Al in 1968 start de Commissie Wateroverlast van de Gezamenlijke Steenkolenmijnen onder leiding van professor Maas van DSM met het bestuderen van het probleem van de wateroverlast. Na het sluiten van mijnen zouden de nog in werking zijnde mijnen onder water lopen en dat moet voorkomen worden.

Medio 1970 worden de zuidelijke mijnen Gouley, Domaniale en Willem-Sophia door twee keer zes ondergrondse damwanden gescheiden van de noordelijk gelegen mijnen Oranje-Nassau, Julia, Laura, Emma en Hendrik. Bij iedere verdere mijnsluiting worden er nieuwe dammen geplaatst om de dan nog in werking zijnde mijnen te beschermen. Begin 1974 heeft zich een tweede ondergronds stuwmeer gevormd in de gangen van Wilhelmina, ON II en Laura.

De ingang naar Schacht Beerenbosch II

Door de sluiting van de Willem-Sophia per 1 mei wordt al op 15 februari gestopt met het oppompen van mijnwater. Hierdoor ontstaat er een ondergronds stuwmeer waarin het water kan stijgen tot 285 meter onder het maaiveld, wat gelijk staat aan 140 meter NAP. In Schacht Beerenbosch II van de Domaniale Mijn worden drie pompen met elk een capaciteit van 18.000 kubieke meter per etmaal neergelaten die ervoor moeten zorgen dat het water niet verder stijgt. Via de betonprop in de schacht van de Wilhelmina loopt een dompelpijp tot aan de schachtbodem waarmee technici de hoogte van het waterpeil kunnen bepalen. Het opgepompte water wordt afgevoerd via de Worm. De kosten voor het in stand houden van het pompgemaal Berenbosch komen vanaf september 1973, als deze niet meer noodzakelijk is om de dan gesloten Nederlandse mijnen Julia en ON I te beschermen, voor kosten van de Duitse Eschweiler Bergwerks Verein. De Julia wordt vanaf dan beschermd door twee dammen die zijn aangelegd bij de Feldbissstoring. In 1994 wordt de pompinstallatie ontmanteld en wordt Schacht Beerenbosch II als laatste mijnschacht gesloten.

Al in 1972 uit de Commissie Wateroverlast de zorg dat zich ondergronds binnenmeren kunnen vormen op plekken waar de grond door mijnbouw verzakt is. Een verzakking van 6-7 meter is niet uitzonderlijk. Na het sluiten van de laatste Nederlandse mijn wordt het pompgemaal Berenbos nog een aantal jaren in bedrijf gehouden om de Duitse mijnen droog te houden. Hiermee gaan kosten gepaard van zo’n miljoen gulden. Aan het eind van de jaren 70 van de vorige eeuw wordt een meetnet aangelegd. Dit door het Rijk gesubsidieerde systeem meet de hoogte van het mijnwater en de aard en mate van verontreiniging van het water. Ook wordt vanaf 1978 onderzocht of en in hoeverre het mijnwater dienst zou kunnen doen voor de verwarming van huizen.

Delen:
Deel dit artikel per mail










Verzend
laatste update doorMartin Krewinkel op 28 september 2021
8 x gelezen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *