Congrescentrum Bleijerheide

Algemeen


Dit congrescentrum wordt door de Paters Franciscanen gestart, wanneer zij in juli 1988 stoppen met het beheer van het Jongenspensionaat Bleijerheide.

Het congrescentrum ligt aan de Pannesheiderstraat in het gebied dat sinds 2005 Kloosterpark Pannesheide heet. Tussen 1875 en 1891 verblijven de paters in een klooster aan het huidige Henri Jonasplein. Op 13 november 2000 worden de kloosterkapel en de kloostervleugel (kop- en zijgevel) aangeduid als rijksmonument onder monumentnummer: 513755. Op 21 februari 2011 maakt het College van Burgemeester en Wethouders bekend dat zij tegen het advies van de Rijksdienst voor Monumentenzorg, toestaat dat de rechtervleugel gesloopt mag worden. In april 2012 maakt eigenaar Meulen Projektontwikkeling bekend dat ze afziet van sloop en op zoek gaat naar herbestemming.

Begin 2021 is sloop weer actueel. De gemeente wil af van het al jaren leegstaande gebouw en het gebied er omheen herinrichten tot een parkje om de omgeving wat te vergroenen. De Ouderenpartij Kerkrade is de eerste die vragen stelt en vindt sloop onwenselijk. Eind februari mengt de landelijke monumentenorganisatie Cuypersgenootschap zich in de discussie. Zij vindt het onverteerbaar dat een beschermd rijksmonument zomaar tegen de vlakte gaat. Het genootschap stelt voor het gebouw tegen een symbolisch bedrag, eventueel met de sloopkosten als bruidsschat, van de hand te doen aan een investeerder. Het Cuypersgenootschap zegt verder toe niet te schromen een juridische procedure te starten als de gemeente niet mee werkt.

Pensionaat


1877 betekent het begin van een instituut onder leiding van de Broeders Franciscanen. De broeders hebben als taak te zorgen voor het welzijn van de verwaarloosde proletarische Duitse jeugd. Het begin is armoedig en primitief: een stuk weidegrond met hoeve wordt geschikt gemaakt voor leef-, werk-, studeer- en bidruimte voor de broeders en de jongens. Klooster en scholen worden door de jaren heen telkens weer uitgebreid. Vanaf 1914 worden naast Duitse jongens ook Nederlandse jongens toegelaten. Na 1934 zijn alleen nog Nederlandse jongens op het pensionaat. In 1932 start de ULO opleiding. In 1976 constateren de Broeders Franciscanen dat het volgen en geven van onderwijs op het pensionaat meer en meer tot het verleden behoort. Al in 1978 start het Centrum Bleijerheide met de eerste niet schoolse activiteiten. De accommodaties worden ter beschikking gesteld voor een- of meerdaagse groepsbezoeken inclusief overnachting en verzorging.

Door de jaren heen is het centrum diverse keren gerenoveerd. De groepsaccommodatie beschikt over 300 bedden verdeeld over 100 kamers. Per 1 januari 2001 hebben de Broeders Franciscanen hun activiteiten in het Centrum beëindigd en is het Centrum overgenomen door een particuliere organisatie die de exploitatie voortzet. De sfeer van weleer leeft echter in het complex voort. Een voorbeeld hiervan is de in 1992 totaal gerenoveerde kapel die naast het oudste gedeelte van het gebouwencomplex op de monumentenlijst staat.

Beerput


Aan het begin van 2010 is de Stichting Mea Culpa United opgericht op initiatief van oud-leerling Bert Smeets. Hij wil het stilzwijgen doorbreken en de cultuur van misbruik die op het Jongenspensionaat heerste openbaar maken. In mei 2010 vindt er een protestmars plaats op en rond de terreinen van het voormalige Jongenspensionaat. Vele acties en ruime publieke aandacht leiden er uiteindelijk toe dat een grootschalig onderzoek plaatsvindt. De resultaten van het onderzoek zijn terug te vinden in o.m. het dossier van de Commissie Deetman1)https://www.rkkerk.nl/dossiers/dossier-misbruik/. Uiteindelijk moeten in 2012 drie broeders voor de rechter verschijnen.

Bekende studenten


  • Joseph Goebbels in 1917; politicus, publicist, minister van Volksvoorlichting en Propaganda en tenslotte de laatste Rijkskanselier van nazi-Duitsland.
  • Jeroen Brouwers ergens tussen 1950 en 1956; schrijver. Zijn kostschoolervaringen verwerkte hij in zijn werk, waaronder in de roman Het Hout uit 2014.
  • Jon van Eerd in 1975; acteur, zanger, schrijver.2)Mededeling van Jon in het RTL4 programma: Oh, wat een jaar uit seizoen 2 op 29 december 2018

Tweede Wereldoorlog


Het is 13 april 1943 wanneer de klokken voor het laatst geluid hebben. Zij worden in opdracht van de bezetter door Klokken Peter uit Heerlen verwijderd. De klokken staan op dat moment onder monumentenzorg en dateren van 1896. Na de verwijdering schrijft Broeder Mansuetes het gedicht Sint Joseph, Zorg.

Op 29 december 1943 (tijdens de Tweede Wereldoorlog) stort rond half 11 ‘s avonds een vier-motorige Engelse bommenwerper neer in de tuin van het klooster.

Uit dankbaarheid dat zij behouden door de oorlog zijn gekomen, komen de paters hun belofte na en plaatsen in de kloostertuin een beeld van St. Jozef.

Kloosterkapel


ObjectnaamCongrescentrum Bleijerheide
AdresPannesheiderstraat 71
WijkBleijerheide
Rijksmonumentnr.513755
Rijksmonumentcode6462EB-00071-01
Kadasternr.F 4903
OntwerpDr. H. Oidtman
Jaar1923
Verder 
De naam van het object is Kloosterkapel Broeders Franciscanen.
De informatie op deze pagina is voor een groot deel afkomstig van  Stichting Databank Kerkgebouwen in Limburg. Website: www.kerkgebouwen-in-limburg.nl

Inleiding


Met invloed van Neo-Gotiek in 1891 naar een ontwerp van de Franciscaner broeder M. Klein gebouwde Kloosterkapel en Kloostervleugel. De kloosterkapel maakt deel uit van het L-vormige kloostercomplex van de Broeders Franciscanen. Het betreft een zogenoemd Kulturkampfklooster. De kloosterkapel bevindt zich in lengterichting aan de straatzijde, de kloostervleugel staat haaks op de linker zijgevel van de kloosterkapel. Van het interieur van de kloosterkapel zijn vloer en kerkbanken van omstreeks 1950 en uitgesloten van bescherming. De aanbouw van omstreeks 1960 in een bouwlaag aan de linker zijgevel van de kloostervleugel is uitgesloten van bescherming, evenals de aangebouwde kloostervleugel aan de rechter zijgevel. Naast de oprit naar het klooster staat een Sint Jozefbeeld uit 1906 met hieromheen een drietal rode beuken.

Kloosterkapel


De zaalkerk telt vijf traveeën, de koorzijde wordt afgesloten met een vijfhoekige absis. De zaalkerk wordt afgedekt met een zadeldak met zwarte pannen. Naaldspits met leien dak. Frontgevel deels gepleisterde plint, opstand baksteen met metselwerk in kruisverband, steunberen met hardstenen afdekplaten. Onder de dakrand spitsboogvormige boogfriezen op kleine consoles. Hoge spitsboogvormige glas-in-lood vensters met hardstenen dorpelstenen en sluitstenen. Aan de achtergevel van de kapel een uitbouw in twee bouwlagen met lessenaarsdak over de gehele breedte van de kapel. In de eerste bouwlaag rechthoekige vensters met bovenlichten, in de tweede bouwlaag spitsboogvensters met bovenlichten met geleding. In de linker zijgevel van deze uitbouw in de eerste bouwlaag een rechthoekig houten venster met spitsboogvormig bovenlicht, venster voorzien van traliewerk. In de tweede bouwlaag een rechthoekig houten venster met spitsboogvormig bovenlicht met geleding. Beide vensters met hardstenen dorpelstenen en sluitstenen.

Interieur


Van het Interieur is onder meer van belang: het schip afgedekt met kruisribgewelven, voorzien van ribben en kraagstenen. De absis heeft een vijfhoekig kalot, eveneens met ribben. Paneeldeuren met rijk houtsnijwerk. In de achterwand van de kapel zijn de authentieke houten communiebanken herplaatst: rijk houtsnijwerk met diverse bijbelse voorstellingen. Oxaal met houten balustrade met rijk houtsnijwerk met o.a. twee musicerende engelen. Op het oxaal een kerkorgel uit 1908 vervaardigd door de firma Stahlhut uit Aken. Orgelkast met rijk houtsnijwerk met o.a. twee musicerende engelen. Authentieke altaarvloer met tegels met hierin een bloemmotief. Ribben in de altaarwanden rusten op consoles in de vorm van dierenkoppen, deze symboliseren de vier Evangelisten. Neogotisch hoofdaltaar met rijk houtsnijwerk en voorzien van twee uitklapbare panelen; houtsnijwerk met onder andere vier voorstellingen uit de jeugd van Christus; op de achterwand van de twee panelen voorstellingen geschilderd in olieverf. Neogotisch Sint Josefaltaar met rijk houtsnijwerk met onder andere twee voorstellingen uit het leven van Sint Josef. Neogotisch Maria-altaar met rijk houtsnijwerk met onder andere twee taferelen uit het leven van Sint Aloysius. Altaren, communiebank, balustrade van oxaal, en orgelkast vervaardigd door de Broeders Franciscanen Vitus, Joachim en Agathon. Neogotische Godslamp opgehangen aan drie kettingen. Glas-in-lood vensters van atelier H. Oidtmann te Linnich (Duitsland) van omstreeks 1900, atelier Essers te Roermond (1958) en atelier Vaessen te Vught. Bij de ingang van kapel in een nis in de zijwand een houten Mariabeeld, XV, toegeschreven aan beeldhouwer D. Holthuys. Veertien kruiswegstaties in de vorm van koperen panelen met hierop geschilderd voorstellingen uit het Lijdensverhaal.

Kloostervleugel


Entree in kopgevel van omstreeks 1980. Kopgevel telt drie bouwlagen en drie venstertraveeën, in elke travee een groot spitsboogvormig spaarveld met hardstenen sluitsteen. Zadeldak met Hollandse pannen. Dakkapellen met naaldspits met leien. In de eerste en tweede bouwlaag vier rechthoekige houten vensters met segmentboogvormige bovenlichten, bovenlichten tweede bouwlaag met accentuering in stucwerk. In de derde bouwlaag vier rechthoekige houten vensters met spitsboogvormige bovenlichten, tussen de twee middelste vensters een Sint Franciscusbeeld op een console en onder een baldakijn. Frontgevel uitlopend in een topgevel met hierin een rechthoekig houten venster met spitsboogvormig bovenlicht. Topgevel met schouderstukken en bekroning met bol-ornament Vensters met hardstenen dorpelsteen. Rechterzijgevel telt drie bouwlagen en zeven venstertraveeën. in de eerste en tweede bouwlaag rechthoekige houten vensters met segmentboogvormige bovenlichten. In de derde bouwlaag rechthoekige houten vensters met spitsboogvormige bovenlichen met hardstenen sluitsteen. Aan benedenzijde vensters derde bouwlaag en doorlopende hardstenen waterlijst. Linker zijgevel vrijwel identiek met rechterzijgevel, met echter een forse aanbouw van omstreeks 1960 in een bouwlaag met plat dak. Geveldeel van linker zijgevel uitlopend in een topgevel met hierin een rondboogvormig spaarveld en een rechthoekig houten venster met spitsboogvormig bovenlicht. Topgevel met schouderstukken en trapgevelbekroning. Interieurindeling in redelijke mate in tact met o.a. brede kloostergang met authentieke tegelvloer en trappenhuis met authentieke trapleuningen met decoratieve houten spijlen en houten handlijst. Naast de oprit naar het klooster staat een Sint Jozefbeeld in natuursteen uit 1906 op een bakstenen basement.

Waardering


Het klooster en de kapel van de Broeders Franciscanen, gebouwd als Kulturkampfklooster, zijn van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en een typologische ontwikkeling van katholieke kloosters uit het laatste kwart van de 19e Eeuw. De kloosterkapel en in mindere mate de kloostervleugel bezitten architectuurhistorische waarde vanwege het bijzondere belang voor de geschiedenis van de bovenregionale architectuur, wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, de belangwekkende inventaris van de kapel en de inrichting. Het klooster met de kapel bezitten ensemblewaarde wegens de bijzondere betekenis van het object voor het aanzien van de gemeente Kerkrade. Klooster en met name de kloosterkapel zijn van algemeen belang op grond van de cultuurhistorische waarde en de architectonische gaafheid van ex- en interieur.

Orgel


Het in 1902 door Gebroeders Vermeulen (Weert) geplaatste orgel wordt in 1956 door Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) omgebouwd.

HoofdwerkPositiefPedaal
Bourdon 16′Fugara 8′Subbas 16′
Prestant 8′Gedekt 8′Gedektbas 8′
Gemshoorn 8′Prestant 4′Gemshoorn 8′
Gedekt 8′Roerfluit 4′Bazuin 16′
Octaaf 4′Kwint 2 2/3′
Fluit 4′
Ruispijp 2 2/3′

Trompet 8′

Delen:
Deel dit artikel per mail










Verzend

Voetnoten[+]

laatste update doorMartin Krewinkel op 20 maart 2021
79 x gelezen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *